De energietransitie in de praktijk: twee Omniplanners aan het woord

15 december 2020

Omniplan werkt voor verschillende opdrachtgevers aan de energietransitie. We vroegen twee Omniplanners naar hun ervaringen in de praktijk. Omniplanner Janna Boonstra werkt bij TenneT en Omniplanner Mieke Coenen werkt bij gemeente Utrechtse Heuvelrug. Over één ding zijn ze het zeker eens: “Het is mooi om aan een project te werken waar duurzaamheid invulling krijgt.”

Janna is als adviseur planologie en omgevingsmanagement betrokken bij het project Net op zee ten noorden van de Waddeneilanden. Via dit net op zee wordt een toekomstig windpark op zee van 700 MW aangesloten op het landelijke elektriciteitsnet. “Ik behartig belangen van omgevingspartijen en coördineer wensen of behoeften die eventueel leiden tot wijzingen in het project", aldus Janna. Mieke werkt als kwartiermaker warmtetransitie. “We zetten als gemeente de eerste stappen naar een aardgasvrije gebouwde omgeving.” Ze werkt aan de Transitievisie Warmte, waarin de planning komt wanneer wijken van het aardgas af gaan. Ook is de gemeente al gestart in één wijk. Daarnaast denkt ze mee over de Regionale Structuur Warmte, die een onderdeel vormt van de Regionale Energiestrategie (RES) voor de regio U16.

We leggen Janna en Mieke stellingen voor over de energietransitie om te horen waar zij vanuit hun rol mee te maken hebben.

1. In mijn dagelijkse werk ben ik mij bewust van de ambities uit het klimaatakkoord die ten grondslag liggen aan mijn project.
“Als ik aan mensen vertel wat ik doe of eraan denk waarom ik mijn werk zo leuk vind, dan sta ik er heel erg bij stil. De energietransitie is urgent en op deze manier kan ik mijn steentje bijdragen”, vertelt Janna. “Het is niet zo dat ik mij tijdens al mijn werkzaamheden hiervan bewust ben, maar het is wel het uiteindelijke doel van deze opgave om op tijd de klimaatdoelen te halen.” Mieke: “De opgave van de warmtetransitie is opgenomen in het klimaatakkoord, dus ik verwijs er vaak naar.”

Mieke heeft er bewust voor gekozen om met duurzaamheid aan de slag te gaan, omdat zij dit een belangrijke opgave vindt en hier graag een bijdrage aan wil leveren.

2. Lokale energie-initiatieven van bedrijven en inwoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie.
“Ja, mee eens”, zegt Mieke. Ze geeft aan dat het belangrijk is dat er zoveel mogelijk mensen in beweging komen en niet alleen de overheid. “Alle inspanningen helpen hierbij. Energiecoöperaties en bewoners die samenwerken in zonnepanelen vind ik een mooi voorbeeld. Voor bewoners is het vaak mogelijk om mee te doen met een postcoderoosproject, waarbij er zonnepanelen komen op het dak van bijvoorbeeld een sporthal of een bedrijf in de buurt. Bewoners die geen zonnepanelen kunnen of willen plaatsen op hun eigen dak investeren dan in het collectieve project en krijgen zo duurzaam opgewekte stroom.”

Janna: “Binnen mijn project merk ik hier niet heel veel van.” Wel legt ze uit dat het soms lastig is als lokaal zonneweides en windmolens aangelegd worden. Het initiatief is mooi, alleen het aansluiten op het (landelijke) elektriciteitsnet kan complex zijn wanneer deze ontwikkelingen in dunbevolkte gebieden zijn, waar eerder geen grote energiebehoefte is geweest en minder stroomkabels liggen. De lokale initiatieven worden – via de regionale elektriciteitsnetten – op het landelijke elektriciteitsnet aangesloten. Als daar niet voldoende capaciteit voor is, moet dit net uitgebreid worden. Het landelijke net versterken kost veel meer tijd dan het aanleggen van een zonneweide of windmolen. "Lokale energie-initiatieven zijn mijns inziens zeker relevant en goed om doelstellingen te behalen, maar makkelijk is het niet altijd", zegt Janna.

Beiden geven ook dat dit soort zaken te maken hebben met een transitie waar we nu inzitten. “Dit soort problemen zijn in zekere zin alleen maar goed om daar nu tegenaan te lopen, dan kunnen we het oplossen richting de toekomst”, sluit Janna af. We noemen het niet voor niets een transitie.

3. In mijn werk kom ik meer mede- dan tegenstanders in de omgeving tegen.
Janna opent: “In principe is iedereen voor de overgang naar duurzame energie, maar er zijn zeker tegenstrijdige belangen op projectniveau.” Ze geeft als voorbeeld dat bij de aanleg van een kabel je rekening te houden hebt met natuurbelangen, maar ook met landbouw- en economische belangen. Deze komen niet altijd overeen. “Belangen kunnen botsen, maar we proberen hiermee zo goed als mogelijk rekening te houden door vragen en suggesties van deze verschillende omgevingspartijen vanuit diverse thema's integraal te benaderen.”

“Ik heb te maken met verschillende meningen over de warmtetransitie: er zijn mensen voor wie de warmtetransitie niet snel genoeg kan gaan en die het liefst morgen overstappen, maar ook mensen die de transitie ter discussie stellen", zegt Mieke. Ook komt ze mensen tegen die gewoon meer willen weten over wat er allemaal gaat gebeuren. “Bewoners zijn benieuwd naar wat het betekent voor hun eigen situatie, ook bijvoorbeeld wat betreft isoleren.” Mieke benadrukt het belang van isoleren: “Het isoleren van je huis is altijd een goede stap."

4. De energietransitie is nu voor veel mensen een ‘ver-van-hun-bed-show’, waarbij de overheid wordt aangekeken om het op te lossen.
“Volgens mij is het heel goed om de overheid aan te kijken hiervoor. Mensen kunnen dingen zelf doen, maar niet iedereen kan zelf investeren", zegt Janna. Het ontwikkelen van goed beleid en eventueel financiële ondersteuning is volgens Janna iets waar de overheid een grote rol in zou moeten vervullen.

Mieke: “Het onderwerp is steeds meer op de agenda gekomen de afgelopen jaren en niet alleen de overheid werkt aan de energietransitie.” Je ziet mooie voorbeelden van bewoners die samen aan de slag gaan in hun eigen straat. En in veel gemeenten zijn lokale energiecoöperaties actief, waarin bewoners samenwerken aan de energietransitie. Maar de overheid heeft ook een belangrijke rol: “Het is belangrijk om bewoners, ondernemers en organisaties handvatten te geven, te helpen en drempels weg te nemen. Maar ook om samen met bewoners aan de slag te gaan in de wijken.”

Het gaat volgens beiden om een samenwerking tussen verschillende overheden. “Bijvoorbeeld de aanpak van grote industrieën is belangrijk, maar lokale overheden kunnen hier weinig mee. Dit ligt meer op rijksniveau”, zegt Janna.

Ter afsluiting: Hoe denk je dat Nederland er in 2050 uitziet wat betreft de energietransitie?
Zowel Janna en Mieke geven aan dat ze hopen dat de klimaatdoelen behaald worden en dat dit in gezamenlijkheid gedaan wordt. “Het zou mooi zijn als dan alle mogelijke daken vol liggen met zonnepanelen, huizen goed geïsoleerd zijn, energie uit verschillende duurzame bronnen wordt gewonnen en ook lokaal gebruikt kan worden. Het is een wisselwerking tussen verschillende overheden, schaalniveaus en initiatieven. Tussen grote klappen maken en kleine stapjes zetten.” Tot die tijd blijven beide dames met veel plezier werken aan de stappen die vandaag en morgen gezet kunnen worden om Nederland duurzamer te maken.

Foto onder: Van der Kloet fotografie

Nieuwsbrief

  Ik ga akkoord met het privacybeleid

Deze website gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat u de beste mogelijke ervaring krijgt op deze website.